Speelgoed

Oogheelkunde is wel een beetje het specialisme met het mooiste speelgoed van allemaal. Er zijn prachtige oplossingen gevonden waarmee echt alle hoeken (en soms gaten) van het oog bekeken kunnen worden. Veel er van worden ook nog eens bestuurd met een joystick en een van de aardige artsen in opleiding die mij begeleidt zei dan ook “Eigenlijk is die hele oogheelkunde een groot videospelletje.” En het speelgoed komt goed van pas bij onze volgende patient.

We kijken nog even naar de status en de arts in opleiding waarmee ik meeloop vandaag zegt zachtjes “Ah… mevrouw is aan haar stoel gebonden, dat wordt even improviseren.” Voor ik de best wel lange voorgeschiedenis van deze mevrouw, die al een eindje in de 70 is, heb gelezen wordt zij door, wat naar later blijkt haar dochter, binnen gereden.

Ze ziet wat wazig en vooral met voetbal kijken is dat soms wat lastig vertelt de vrouw. Als snel blijkt dat voetbal kijken een hele favoriete bezigheid is van mevrouw en ze vertelt ook nog eens dat ze jarenlang tegenover Johan Cruijf heeft gewoond. Dan is het doel van de behandeling wel duidelijk. De bal moet goed op het netvlies geprojecteerd worden.

Bij het meten van de visus, waarbij de patient met een oog dicht naar de welbekende letterkaart mag kijken en steeds kleinere lettertjes moet lezen blijkt dat haar zicht helemaal niet zo slecht is. Bij de kleinste lettertjes kijken haar dochter en ik elkaar aan met een blik van “Die kunnen we ook niet meer lezen hoor… en wij zitten er vlak naast.”

Omdat mevrouw wegens haar rug niet uit de rolstoel kan komen kunnen we haar ogen niet met de spleetlamp bekijken. De spleetlamp die gek genoeg genoemd is naar het kleine lampje dat het oog verlicht en niet naar de zeer geavanceerde microscoop waarmee de ogen bekeken worden en wat het apparaat eigenlijk is. Een hele mooie 3D microscoop. Als ik niet had geweten wat het was voordat ik oogheelkunde ging doen had ik ook eigenlijk gedacht dat een spleetlamp bij een ander specialisme gebruikt zou worden. Maar ‘ze’ noemen het nou eenmaal zo, dus dan blijft dat.

Mijn AIOS loopt even weg en zegt tegen mij “Vraag nog heel even de diabetes status uit in de tussentijd.” Met enige moeite kan ik vragen hoe lang de diabetes al bestaat en of het goed is ingesteld, want al snel gaat het gesprek weer over voetbal. Alleen maar gezellig natuurlijk en ik weet wat ik moet weten.

Hij komt binnen met een indrukwekkend mooi koffertje en tovert er een mini spleetlampje uit. Dit is de handspleetlamp, voor mensen die niet achter de gewone kunnen zitten zegt hij met gepaste trots. Heel geroutineerd onderzoek hij de ogen van mevrouw en behalve een klein beetje cataract (staar) blijken de ogen er nog prima uit te zien. Met een licht brilletje kunnen de kunsten van het Nederlands elftal mogelijk nog iets beter worden gezien, maar er is nog geen reden om grotere ingrepen te doen bij deze jonge 70’er.

Ze lijkt toch wel enigszins opgelucht. En terecht. Als je op 70 jarige leeftijd nog maar een heel klein beetje cataract hebt dan heb je het goed gedaan in je leven. De dokter legt uit dat een staaroperatie mogelijk is, maar dat het niet per se hoeft. Als mevrouw vindt dat ze nog goed genoeg ziet, eventueel met een lichte bril, dan is er geen haast bij, want hoewel het zicht langzaam slechter kan worden, hoeft dit niet per se en behalve dan dat de ooglens een beetje troebeler wordt kan het geen kwaad voor het oog.

Hopelijk kan ze nog jaren voetbal kijken door de staar heen. En als het echt niet meer gaat, dan kunnen we middels een staaroperatie haar lens vervangen door een kunstlens zodat het beeld weer helder is. Dan wordt een bril wel noodzakelijk, want de kunstlens die geplaatst wordt zal niet kunnen accomoderen omdat deze een vaste brandpuntafstand heeft. Maar ik heb zo’n vermoeden dat deze mevrouw een bril niet zo erg gaat vinden, zolang ze maar voetbal kan kijken.