Interpretatie

“Fles wijn net zo slecht als 10 sigaretten” kopt een landelijke krant. “Daar gaan we weer” denk ik dan. Wat heeft een redactie nu weer uit de duim gezogen op basis van het slecht lezen van een wetenschappelijk artikel.

Om te beginnen slaat de vergelijking natuurlijk als een tang op een varken. Als je namelijk alleen de titel leest, zoals waarschijnlijk de meeste mensen doen in deze tijd van informatie overload, dan is voor de gemiddelde vrouw of man de conclusie snel getrokken. “Waarom zou ik stoppen met roken als het net zo onschuldig is als een wijntje drinken. Wat iedereen eigenlijk wel eens doet.” En bedankt krant. Al het werk dat gedaan is om mensen bewust te maken van de schadelijke effecten van roken wordt even ter zijde geschoven.

Als je het originele artikel leest (Biomed Central) staat er in “We must first be absolutely clear that this study is not saying that drinking alcohol in moderation is in any way equivalent to smoking. Smoking kills up to two thirds of its users.” In de krant wordt dit verwoord met “Onderzoekster Hydes benadrukt dat ze niet wil zeggen dat je in plaats van gematigd drinken ook gematigd mag roken. De uitkomsten zijn gemiddeld, en voor elk mens kan de uitwerking van alcohol, of tabak verschillend zijn.” Een verkeerde verwoording, want het gaat er niet om dat de uitkomsten gemiddeld zijn, het gaat er om dat 67% van mensen die roken dood gaan aan de gevolgen daar van.

Als je kijkt naar de meest voorkomende doodsoorzaken in Nederland (volksgezondheidenzorg.info) dan zie je na Dementie op de eerste plaats achtereenvolgens op plaatsen 2,3,4,5 en 6 Longkanker, Beroerte, Coronaire hartziekten, Hartfalen en COPD. Als we kijken naar conclusies van de Nederlandse Gezondheidsraad – het onafhankelijk wetenschappelijk adviesorgaan voor regering en parlement – die gedegen wetenschappelijk literatuuronderzoek hebben gedaan  (bron: Gezondheidsraad) dan zien we de volgende conclusies (in een glas drank zit ongeveer 10 gram alcohol – bron):

– Alcoholgebruik van meer dan 0 tot 30 g/d hangt ten opzichte van geen alcoholgebruik samen met een ongeveer 25 procent lager risico op dementie. Bewijskracht: groot.

– Alcoholgebruik van meer dan 0 tot maximaal 5 gram per dag hangt ten opzichte van geen alcoholgebruik samen met een lager risico op longkanker. Bewijskracht: gering

– Gebruik van meer dan 0 tot 15 gram alcohol per dag hangt in vergelijking tot geen alcoholgebruik samen met een ongeveer 20% lager risico op beroerte. Bewijskracht: groot.

– Een gemiddeld alcoholgebruik van ten minste 2,5 gram alcohol per dag hangt in vergelijking tot geen alcoholgebruik samen met een ongeveer 25 procent lager risico op coronaire hartziekten. Bewijskracht: groot.

– Gebruik van ongeveer 2 tot 28 gram alcohol er dag in vergelijking tot 0 gram per dag hangt samen met een ongeveer 20% lager risico op hartfalen. Bewijskracht: groot.

Jawel, er staat steeds “lager.” Dus zo ongeveer het tegenovergestelde van wat de krant kopt….

Als we het originele artikel lezen blijkt al snel dat het onderzoek zich specifiek heeft gericht op doodsoorzaak kanker. Een vreselijke ziekte, waar nog steeds te veel mensen aan overlijden, maar ook een ziekte waar minder mensen aan dood gaan dan aan de ziekten waarop het risico verkleind wordt door matig alcoholgebruik en verhoogd door roken.

Nu wil ik zeker bevestigen dat overmatig alcoholgebruik slecht is. Niet alleen vergroot het je kans op het krijgen van kanker, maar ook de sociale gevolgen kunnen enorm zijn. Wat wel bewezen is, is dat de krantenkop in de krant feitelijk onjuist is.

Sterkte aan alle artsen die de komende weken, maanden en misschien wel jaren hun kostbare tijd moeten verspillen aan het ontkrachten van dit slechte verzinsel.

 

Poepsoep

Ze is ziek. Echt ziek. Artsen maken onderscheid tussen “ziek” en “niet ziek.” “Niet ziek” is een snotneus als gevolg van een virusje. “Ziek” is wat deze mevrouw is. Ze heeft al twee dagen 40 graden koorts, ondanks de paracetamol die haar gegeven wordt. Ze heeft enorme buikkrampen en we denken er over om haar een klein beetje morfine te geven, want ze heeft al twee dagen niet kunnen slapen van de pijn.

1700 jaar eerder zit Ge Hong in zijn tuin. Prachtige kersenbloesem schittert in de late zomerzon en zijn kippen knabbelen van al het lekkers dat op de grond ligt. Ongegeneerd poept zijn hond midden in het gras waar de kippen grazen en hij vindt het enigszins vermakelijk dat de vogels in plaats van weg te rennen de gelegenheid gebruiken om er een warme maaltijd van te maken. Zou dat goed voor ze zijn? Het idee is geboren.

Een Engelse chef maakt in zijn schitterende keuken, die bijna op een laboratorium lijkt een consommé. En mooi woord voor soep. Omdat hij vaak in de pan kijkt heeft zijn bril iedere 30 seconden een zetje nodig om weer op zijn neus te blijven staan. Kippenvleugels worden zorgvuldig bestrooid met melkpoeder en mooi gebruind onder de gril. Wortel, selderij en ui worden met een beetje boter uitgebakken en na uren pruttelen wordt de consomme gezeefd en ingekookt. De prachtig goudbruine vloeistof wordt in een glazen theepot geschonken. Klaar voor het diner.

Terug naar onze patiente. Enige dagen geleden werd zij benauwd opgenomen. De stethoscoop liet knisperende sneeuw horen en de longfoto was één grote witte vlek. Zelfs voor de co-assistent een inkoppertje. Amoxicilline wordt, netjes volgens de standaard antibioticabeleid toegediend en het afwachten begint. Een dag later wordt de vrouw alleen maar zieker. Omdat bij een longontsteking niet meteen te zien is welke bacterie de ontsteking veroorzaakt, wordt standaard het antibioticum amoxicilline gegeven dat in de meeste gevallen werkt. Als blijkt dat het antibioticum niet aanslaat wordt een alternatief toegediend, zoals in dit geval.

Het grote voordeel van antibiotica is dat het ziekmakende bacterieën weerhoud van delen en aangezien bacterieën niet heel lang leven er daarmee voor zorgen dat ze verdwijnen. Het nadeel is dat de bacterien die wij in ons lichaam hebben die ons beschermen tegen andere lelijke bacterien ook doodt. Als dit in een ziekenhuis gebeurt en de daar vaak ronddwalende Clostridium Difficile naar binnen kruipt moet die weer verwijderd worden, met…. u raadt het al, nog meer antibiotica. Inmiddels zijn de bacterieën die ons kunnen beschermen van infecties ook wel allemaal om zeep geholpen en is het maar hopen dat niet de volgende lelijkerd naar binnen kruipt.

In het verleden is een andere manier bedacht om een darmbacterie ons lichaam uit te werken en deze manier maakt een enorme opleving door op dit moment. Het introduceren van goede bacterieën om de kwade om zeep te helpen. 1700 jaar geleden al bedacht door Ge Hong die zijn “gele soep” maakte van onder andere poep waar sommige zieke mensen baat bij hadden, in de jaren 40 gebruikt door Duitse soldaten, die bleken te genezen van dysenterie door kamelenpoep te eten. Vraag maar niet hoe ze daar achter zijn gekomen….. Vandaag onder iets hygienischer omstandigheden in de vorm van een faecestransplantatie. Middels een slangetje dat via neus en slokdarm in de maag wordt gebracht wordt een oplossing van de poep van een gezonde donor ingebracht met het idee dat de bacterieën hierin de kwade bacterien van de patient verdrijven. Er loopt op dit moment een veelbelovend onderzoek om te kijken of op deze manier mensen met de chronische darmontsteking “colitis ulcerosa” genezen kunnen worden. Wat een prachtige oplossing zou dat zijn. Geen dure medicijnen. ‘Gewoon’ aan de poepsoep.

Onze patiente krijgt nog even antibiotica, maar misschien staan onze apothekers over een paar jaar wel gele soep te koken als alternatief. Ik geef nog heel even de voorkeur aan de soep van onze Engelse chef. Wel wat duurder misschien, maar waarschijnlijk ook wel iets lekkerder.

In de war – het vervolg

Tijdens het kijken van een berg afleveringen “Dr. House” kom ik uit bij Season 3 – Episode 18. Een vrouw wordt binnengebracht op de eerste hulp met neurologische verschijnselen. In het huis van de vrouw wordt bovenop een kast een overleden kat gevonden. Het hele huis van de vrouw wordt binnenste buiten gekeerd, maar er wordt niets bijzonders ontdekt. Hugh komt er niet uit en ook zijn artsen in opleiding niet. Uiteindelijk vindt iemand een buis onder de grond die verbonden is met een ander huis. Het andere huis is afgesloten en er zit een sticker op de deur “DANGER: premises have been fumigated with Methyl Bromide – no admittance for 72 hours”

“Nooooooooit”

Ik vraag me meteen af of onze professor nog tijd gehad heeft om te kijken of er nieuwe feiten te ontdekken waren in de casus, of dat de oneindige drukte in het ziekenhuis de herinneringen overspoeld heeft met de honderden casussen die er na kwamen. Volgens mij is het een man die alles onthoudt van elke patient die hij ooit gezien heeft, dus ik waag het er op.

In het ergste geval heeft hij geen tijd en hoor ik niks, maar in het kader van “Niet schieten is altijd mis” lijkt het mij niet ongepast om onze professor te mailen met de vraag of er nog extra informatie naar boven is gekomen in deze casus. De wereldberoemde Internist van “Princeton Plainsboro” geeft ook niet op tot hij het antwoord weet en het lijkt mij dan ook niks voor een echte internist in een bestaand ziekenhuis om dat wel te doen.

Binnen een half uur krijg ik een bijzonder leuke mail terug. Onze professor waardeert de mail en geeft aan dat één van de beste tips die hij ooit kreeg om een betere arts te worden is op te schrijven wat je mee maakt. “Goed bezig” kan ik alleen maar concluderen. Wel geeft hij mij een professionele kanttekening. Eentje waar ik zeker al aan gedacht had en ook met de grootste zorg rekening mee hield, maar die in dit geval toch misschien nog net iets verder getrokken moet worden.

De informatie die we over patienten krijgen is vertrouwelijk. Uiteraard naam en geboortedatum, maar de basis van het vertrouwelijk houden van informatie is “Herleidbaarheid.” Is het verhaal misschien door iemand die de patient kent te herkennen. Dat mag natuurlijk niet de bedoeling zijn. Een optie is de patient om toestemming vragen, maar dat wordt lastig in dit geval. Of het verhaal zo schrijven dat de strekking gelijk blijft, maar de details zo veranderd zijn dat het echt niet meer te herleiden is tot een persoon. De wijze man heeft volkomen gelijk en ik ga om te beginnen het verhaal maar even herschrijven.

Hoewel onze internist vertelt dat de casus ook zo af en toe bij hem boven komt drijven in zijn bewustzijn, is er nooit een definitieve oplossing gevonden. Waarschijnlijk zal dat ook niet meer gebeuren, want achteraf een vergiftiging vaststellen is niet mogelijk als de toxines het bloed al uit zijn. Nu moet ik alleen wel een beetje oppassen dat er als er een patient op de spoedeisende eerste hulp wordt binnengebracht om niet automatisch te roepen: “Effe Broom prikken”, want een hypothese blijft natuurlijk een hypothese tot ie bewezen is.