Inmiddels zie ik al of iemand zenuwachtig is op het moment dat de eerste stap in m’n prikkabine gezet is. Ze is zenuwachtig. Haar vriend helpt niet erg door grapjes te maken om zijn eigen zenuwen niet te hoeven tonen. “Nou, gebruik je dikste naald maar hoor ha ha” is de reden dat de woorden “lompe boer” in mijn gedachten naar boven komen drijven. In tegenstelling tot het bange meisje. Zij heeft duidelijk haar afkomst in Zuid Amerika en geeft haar gevoel alle ruimte. “Ik vind het echt doodeng dit…..” is alles wat ze zegt, maar haar lichaamstaal geeft in alle toonsoorten aan dat ze er echt geen zin in heeft. Armen gekruist voor zich, hoofd van mij afgewend, benen strak tegen elkaar geklemd, terwijl haar vriend haar bemoedigend toespreekt met de subtiele woorden “Bange schijtert, het is maar een prikje.” Het refrein van het liedje getiteld “Lul” van “Geen familie” begint in mijn hoofd te spelen. Niks van aantrekken, even een beetje gerust proberen te stellen.
“Joh, nou, dan doen we het toch gewoon niet…..” wordt beantwoord met een heel verbaasde blik. Die optie was nog niet bij haar opgekomen. “Ik gooi dit briefje weg, je staat op en je gaat lekker naar huis, is dat wat?” Ze kijkt nog heel even verbaasd, maar dan keert de ernst terug in haar ogen. “Dit moet even hoor, het is erg belangrijk, kijk maar.” Ze wijst naar de letters “IVF” op het blaadje dat ze me gegeven heeft. “Ja, ik snap het” zeg ik met mijn lippen strak op elkaar geklemd en serieus knikkend. “Maar eh… wat vind je eigenlijk eng?” “Is het het prikje, of het kleine beetje bloed dat we in een buisje stoppen, of vind je witte jassen eng? Want dat is makkelijk op te lossen hoor!” Er kan een klein glimlachje af en ik zie dat ze haar armen voorzichtig uit elkaar haalt en met haar ellebogen op de leuning begint te steunen. “Een goed begin” denk ik bij mezelf.
“Nou, weet je wat, we gaan gewoon eerst even kijken wat er precies moet gebeuren en dan zien we wel of we gaan prikken of niet.” Ze zakt iets verder onderuit en leunt nu met haar volle onderarmen op de leuningen van de prikstoel. “We komen er wel….”
Als ik alle formulieren bekijk zie ik dat er een aanvraag voor het transfusielab bij zit, maar op de stickervelletjes niet de bijbehorende buisjes staan vernoemd. Gelukkig komt er net een collega langs die al heel lang op de poli werkt en ik vraag het haar. “Ja, dat zijn ze vergeten, wacht maar even, ik loop wel even naar voren.” “Ha ha, ze moeten nog tien buisjes extra hebben” zegt de lomperik die onderuit gezakt op het krukje in de prikkabine zit. Ineens begrijp ik waarom ze voor IVF heeft gekozen. Wat een….. Ah, daar is mijn collega weer.
“Nou, er moeten twee buisjes bij hoor.” “Ach joh, daar merk je niks van, een buisje meer of minder maakt niet uit, want ik prik toch maar één keer.” Ik pak mijn stuwband en begin op de linkeronderarm van de jonge dame te voelen naar een adertje. Hij ligt een beetje diep, maar is niet zo heel dun, dus ik denk dat het met een beetje mazzel wel moet lukken. Ineens buigt het meisje zich naar voren en fluistert: “Ik vind dat je zulke mooie ogen hebt.” Haar vriend is nog druk aan het praten met mijn collega en heeft het niet gehoord. Ik kijk op van haar arm en kijk recht in twee prachtige reebruine Zuid Amerikaanse ogen. “Ik vind jouw ogen ook heel mooi, maar eh…” zeg ik terwijl ik mijn hoofd een beetje naar voren kantel en onder mijn wenkbrauwen naar haar vriend kijk die niets in de gaten heeft. Ze glimlacht, ik krijg een knipoog en ze leunt weer terug in de stoel. Ik kan me heel even geen moment herinneren dat ik het belangrijker vond dan nu om raak te prikken.
Het groene vleugelnaaldje vindt zijn weg feilloos en terwijl het meisje de andere kant op kijkt vullen de buisjes zich met gemak. Manlief babbelt nog steeds vrolijk met mijn collega en ik denk bij mezelf “Je kunt toch op z’n minst even haar hand vasthouden…. Lul…..” “Zooooow, de laatste al weer, watje er op en het is gepiept. Goed gedaan joh!” Ik heb zelden iemand zo opgelucht zien kijken. “Zo, ben je leeg?” wordt door ons beide even professioneel genegeerd. Ik haal een bekertje limonade voor de dappere meid en dat wordt gewaardeerd. “O? En ik dan?” negeren we opnieuw. Als ze de prikkabine verlaat kijkt ze nog een keer terug en haar knipoog beantwoord ik maar even met een glimlach en een knikje. IVF… Je kunt natuurlijk ook gewoon een vriendje *met* ballen zoeken.
