Ze kijkt me aan met een blik die zegt: “Dat mééééééén je niet, ga jij mij prikken?” als ze in de opening van mijn prikkabine blijft staan. “Joh, wat kijk je verbaasd” zeg ik om het ijs even te breken, want waarschijnlijk moet ze bij de kinderprik zijn en is ze per ongeluk iets te vroeg afgeslagen. Als ze mij haar prikopdracht geeft zie ik aan haar geboortedatum dat ik er minstens acht jaar naast zit, want iedereen boven de zestien wordt als volwassene geprikt. Ik heb echt geen idee waarom ze me zo verbaasd aankijkt, dus ik vraag haar of ze wil gaan zitten en haar geboortedatum wil bevestigen. De datum klopt en de prachtige Spaanse achternaam met haar uiterlijk verraad dat ze waarschijnlijk uit Zuid Amerika komt.
“Kom je uit Zuid Amerika?” vraag ik haar en ze antwoordt met “Ik vind het echt heel eng dit.” Als ik haar een klein beetje verbaasd aankijk zegt ze er snel de naam van het land achteraan waar ze oorspronkelijk vandaan komt. Het is inderdaad Zuid Amerika.
“Kan je dit wel goed?” vraagt ze terwijl ze haar mouwen met gekruiste armen stevig naar beneden vasthoudt. “Ja hoor, ik ben hier heel erg goed in” hoor ik mezelf tot mijn verbazing zeggen. Normaal zou ik zeggen dat ik daar niet over kan oordelen en dat ze dat aan mijn collega’s moet vragen die mij wel eens hebben zien prikken, maar mijn gevoel zegt dat ik haar angst beter wegneem door super zelfverzekerd over te komen.
Als ik haar help de mouw van haar linkerarm op te stropen zie ik een enorme ader op haar onderarm liggen. “Wow, moet je kijken joh, die kan ik met mijn ogen dicht en mijn handen op mijn rug nog raak prikken” bluf ik een beetje. Het helpt, want ze strekt haar arm, maakt een vuist en kijkt over haar schouder van mij af om maar zeker te zijn dat ze niets gaat zien van het prikken.
Als ik het beschermkapje van mijn naaldje afhaal en voor de laatste keer haar ader voel zegt ze “Nee, niet doen, nee niet doen, nee niet doen…..” Ze houdt haar arm gestrekt met een flinke vuist en ik besef dat als ze het echt niet wil ze gewoon kan opstaan en weglopen, dus ik zeg dwars door haar heen “Komt het prikje” en zit precies in het midden van haar ader. Het eerste buisje vult zich met een dikke straal als ik zeg: “Nou doet het geen pijn meer toch?” Met enige tegenzin geeft ze toe dat ze nu geen pijn meer heeft.
“Zo, dat was de laatste al weer….” wordt beantwoord met een angstig gezicht die naadloos overgaat in een blik van verbazing als ik de naald uit haar arm haal. “Ow, dat deed niet zo’n zeer als ik gedacht had” zegt ze. “Tuurlijk niet joh, ik zei toch dat ik het hartstikke goed kan.” Ik kan mijn lachen maar met moeite bedwingen.
Terwijl ik het kussentje stevig aangedrukt hou op haar onderarm lees ik zo Spaans mogelijk haar achternaam op en zeg dat ik jaloers ben op zo’n exotische naam. Ze kijkt trots en voor het eerst sinds onze ontmoeting is het ijs een beetje gebroken als ze ook mijn naam vraagt. Ze was gewoon hartstikke bang en is nu stiekem toch wel blij dat het zo goed gegaan is.
Als ik onder het kussentje gluur zie ik dat mijn kleine gaatje al weer is opgevuld met bloedplaatjes en ik plak het stevig vast met een stuk tape. Het uiteinde vouw ik eventjes om zodat het er straks makkelijk af te halen is.
“En? Zeg eens eerlijk, viel het mee of tegen achteraf gezien?” Ik zie haar twijfelen of ze de waarheid moet spreken. Ze doet het. “Eigenlijk viel het wel mee.” En met “maar die prik blijft vervelend hoor” geeft ze nog wel even mee dat haar initiële twijfel niet ongegrond was.
Ze staat op en pakt haar jas. Als ze haar jas aanheeft kijkt ze me recht aan en ik zie dat ze ergens over twijfelt. Ze heeft prachtige zwarte ogen en mooi lang krullend haar. Nu het prikken achter de rug is staat er geen zenuwachtig kindje meer. Hier staat een vrouw die trots is op zichzelf dat ze het doorstaan heeft. “Nou, OK doei hè” hoor ik haar zeggen en ze is in een flits verdwenen. Mijn rechterhand drukt al weer op de “Next” knop en ik moet gauw de buisjes stickeren, want ik kan de voetstappen van de volgende patiënt al weer horen.
