Het blijft gelukkig superspannend. Een druk op het “next” knopje en er kan van alles je prikkabine binnenwandelen. Een oude man in een rolstoel, een jonge vrouw met een kind, een bodybuilder of een student.
Ik hou mijn oren vol spanning gespitst. Hoor ik mensen praten? Dan komt iemand onder begeleiding. Hoor ik een langzame sloffende tred, dan is het een bejaarde waar ik even de tijd voor moet nemen.
Deze keer is het onmiskenbaar het hoge geluid van een klein koptelefoontje. Het geluid dat je hoort als iemand z’n muziekspelertje keihard zet en de oortjes nonchalant op de borst laat hangen. Dit gaat geen bejaarde worden is mijn vermoeden. En inderdaad, de strakke beat wordt begeleid door een jonge jongen die heel relaxed met zijn blikje energy drink binnensloft. Geheel volgens de laatste mode gekleed met baggy jeans, een leren jas en bedraad met een klein wit koptelefoontje waaruit een beat komt die nog steeds dezelfde is als een halve minuut geleden. Vooroordelen hou ik niet van, maar ik durf aan te nemen dat deze jongen geen operaliefhebber is.
“Ik mag hier zeker niet drinken hè dokter?” vraagt hij vriendelijk. “Nou, weet je wat,” zeg ik terwijl ik mijn hand uitsteek om zijn blikje aan te pakken, “ ik zet het eventjes hier neer, dan kan je het straks lekker verder opdrinken.” Zonder twijfel reikt hij mij het blikje aan. Zijn ogen zien een klein beetje rood.
“Meneer….” hij kijkt mij aan met een lichte schaamte in zijn blik. “Meneer…. Is het erg als ik een beetje geblowd heb?” Die zag ik even niet aankomen en ik schakel even in een hogere versnelling om hier adrem op te reageren. Ik besluit het antwoord serieus te houden met een geruststellend eindje. “Of het voor de bloedwaarden uitmaakt weet ik niet, maar misschien ben je wel relaxed… eh… chill op deze manier.” Waarschijnlijk had hij een berisping verwacht van mij, want hij kijkt mij enigszins verbaasd aan. Wij mogen er van uit gaan dat zijn arts hem de juiste instructies heeft gegeven en ik ben niet in de positie om te zeggen dat hij de volgende dag terug mag komen zonder drugs te hebben gebruikt. Hij gedraagt zich heel rustig en ik schat in dat hij zich niet raar zal gaan gedragen.
Het zijn 8 buisjes die afgenomen moeten worden bij deze jonge knul. Ik zie bij twee buisjes dezelfde tests staan en vraag even na of het nodig is die beide af te nemen. Dat blijkt zo en ik besluit later maar even na te vragen waarom dat is, eerst maar even bloed afnemen.
Zijn aderen voelen aan als die van een bejaarde. Dun en hard. Dat is heel vreemd, want deze jongen zit nog half in zijn pubertijd. Tot mijn stomme verbazing komt er geen bloed in het eerste buisje dat ik in de houder druk. Ik voel voorzichtig naast de naald en ik heb duidelijk misgeprikt. Ik baal, maar laat er niets van merken. Het is nog mogelijk om de naald een klein stukje terug te trekken en dan opnieuw te prikken, maar ik hou niet zo van de ‘wroet en poer’ techniek, dus ik haal de naald uit zijn arm. Volgens mij heeft hij nauwelijks iets gemerkt.
In het hokje tegenover mij is mijn collega net klaar met zijn patiënt en ik kijk hem een beetje sip aan met de mededeling “Ik heb misgeprikt….” “Je mag zijn andere arm nog even proberen, maar ik wil het ook wel doen hoor” zegt hij heel geruststellend. Daar ben ik blij mee.
We verhuizen even naar de overkant en mijn collega is ook verbaasd over de textuur van de vaten van deze jonge man. Mijn aderkeuze was prima als hij zegt: “Ik prik hem er gewoon vlak onder hoor.” De meester aan het werk, de buisjes vullen zich perfect.
Als de jongen wegloopt, kijken we elkaar vertederd aan “Ach gossie, zo’n jongen…” zegt mijn collega. Ik begrijp precies wat hij bedoelt. Ik draai me om om de volgende patiënt op te roepen. In mijn ooghoek zie ik een blikje energy drink staan. Als ik het al vergeten was, zal mijn vriendelijke blower het ook wel niet meer weten. Ik zet het even uit het zicht en wacht op de volgende verrassing.
